zondag 8 januari 2012

Bianca de Waal

Analyseren van kindertekeningen

De opdracht die wij kregen, was het analyseren van kindertekeningen. Het moesten vooral poppetjes zijn die de kinderen hadden getekend. Ik heb op mijn huidige stage geen ruimte kunnen krijgen om de kinderen een tekening te laten maken van een poppetje. Ik heb vorig jaar stage gelopen in groep 1/2. Ik had verschillende tekeningen gehad van de kinderen uit deze groep. 4 tekeningen van kinderen heb ik geanalyseerd. Helaas zijn het niet alle 4 tekeningen met een poppetje. Maar ik kon wel veel uit de tekeningen halen, en deze tekeningen plaatsen in het fasenmodel.


Deze tekening is gemaakt door Anouk, meisje van 5 jaar. Je kunt zien dat dit meisje in het schematisch stadium zit. Anouk tekent hier de armen en benen vast aan de buik. Het hoofd heeft Anouk ook aan het lichaam getekend. Het hoofd zit niet vast aan de nek. Je kunt zien dat het poppetje een meisje is. Anouk heeft een jurk getekend, en het poppetje heeft lang haar. Anouk heeft de kleur roze duidelijk erin verwerkt. Anouk heeft een bloemetje op de grondlijn getekend. Het lijkt erop dat Anouk gewerkt heeft met ruimte, omdat het lijkt of dat het poppetje achter het bloemetje staat. Maar ik denk dat dit eerder toeval is geweest. Anouk heeft wel rekening gehouden met de zogenaamde lucht, ze heeft er vlinders of vogels in getekend. Een korte conclusie is dat Anouk vooral nog werk met de grond en de lucht. Anouk heeft nog geen enkel idee van de verhoudingen van een mensfiguur. Dit komt ook nog niet in het schematisch stadium voor, waar Anouk in zit. Anouk zit met tekening in fase 2, alles zweeft nog. Als vervolgstap zou ik Anouk laten zien dat de armen en benen niet gelijk aan het lichaam vastzitten. Ik zou Anouk helpen om in fase 3 te komen. Ik zou Anouk op de grondlijn laten tekenen, het 'zweeft' dan niet meer.

Anouk had deze tekening gemaakt voor juf Bianca.



Deze tekening is gemaakt door Isa, meisje van 5 jaar. Je ziet een heel verschil tussen deze tekening en de eerste tekening. Ook Isa zit met tekenen in het schematisch stadium. Isa heeft met veel kleuren gewerkt. Ze heeft het hele papier ingekleurd. Ze tekent alles voornamelijk op de grondlijn en aan de bovenkant. Ze heeft een blauwe lucht (of plafond)getekend met vlaggetjes. Rechts op de grondlijn heeft Isa een paard getekend. Ze heeft hier ook de benen van een paard getekend. Ze heeft hier al gewerkt met 'dynamisch'. Het lijkt namelijk of de benen van het paard naast elkaar staan, zoals bij een echt paard. Ik vind dit erg knap! Ik weet niet wat Isa links op de grondlijn heeft getekend. Het lijken een soort poppetjes, zonder armen en benen. Het lijkt namelijk dat ze bij ieder een oog en een mond heeft getekend. Als dit twee poppetjes zouden moeten zijn, dan heeft ze het 'gezicht' dynamisch getekend. Want je ziet de poppetjes van de zijkant. Het kunnen ook twee bomen zijn, die een gezicht hebben gekregen. Isa zit in fase 4, boven en onder hebben een vaste plaats. Isa heeft zelf een grondlijn getekend. Dit kun je aan het paard zien. Ik zou Isa twee grondlijnen aan bieden, om zo diepte te creëren. Ook zou ik Isa laten zien hoe je een boom kunt tekenen.Ik hoop Isa hiermee te helpen om in fase 5 te komen.

Deze tekening had Isa gemaakt voor juf Bianca.



Deze tekening is gemaakt door Mehria, meisje van 5 jaar oud. Mehria zit met tekenen in het schematisch stadion. Mehira heeft gebruik gemaakt van kleur. Mehria heeft een poppetje getekend met heel lang haar en rechts op de tekening heeft Mehria een zon getekend. Net als Anouk, heeft Mehria de benen en de armen aan het lijfje getekend. Mehria heeft in het gezicht ogen en een mond getekend. De mond heeft Mehria aan de ogen getekend. Mehria heeft wel gelet op een klein detail, ze heeft namelijk wimpers getekend. De wimpers zijn in verhouding veel langer. Mehria heeft de zon getekend met veel strepen, dit moeten de stralen voorstellen van de zon. Mehria zit met deze tekening in fase 2, alles zweeft. Ik zou Mehria helpen door ze een grondlijn aan te bieden. Ik hoop Mehria hierbij te helpen, om in fase 3 te komen.

Deze tekening had Mehria gemaakt voor juf Bianca.


Ook deze tekening is gemaakt door Mehria, meisje van 5 jaar. Mehria zit in het schematisch stadion. Hier heeft Mehria op de rechterkant een zon getekend, nu heeft Mehria de zon rood gemaakt en heeft ze minder strepen getekend dan op de vorige tekening. Boven de zon heeft Mehria met stempelstiften figuurtjes gestempeld, en daaromheen met een stift een soort ovaal getekend en in gekleurd. Op de linkerkant heeft Mehria een bloem getekend. Ze maakt hier gebruik van de grondlijn. Ze heeft namelijk de bloem op de grondlijn getekend. De bloem is in verhouding veel groter. De bloem komt tegen de blauwe wolken aan. Mehria heeft de bloem een gezicht gegeven. Ze heeft de bloem een mond en twee ogen gegeven, net als bij de vorige tekening.Het lijkt erop dat de bloem een soort poppetje is. Met deze tekening zit Mehria in fase 2 of 3. Boven en onder hebben een vaste plaats(fase 3). Maar toch lijkt het of de zon in het midden 'zweeft'(fase 2). Ook de bloem heeft Mehria tot bovenaan getekend. Ik zou Mehria laten zien dat bloemen in verhouding veel kleiner zijn. Ik hoop Mehria hierdoor te helpen om een fase verder te komen. Ik vind het lastig om te bepalen in welke fase Mehria zit.

Conclusie:
Aan Anouk zou ik laten zien dat mijn armen en benen niet met een dun draadje aan mijn lichaam vast zitten. Ook zou ik Anouk een grondlijn aanbieden. Maar als je naar de tekening kijkt, dan zie je wel dat Anouk het bloemetje op de grondlijn heeft getekend. In dit geval zou ik Anouk twee grondlijnen aanbieden, zodat ze diepte kan creëren.

Ik vind dat Isa al goed kan tekenen. Om Isa naar fase 5 te helpen, zou ik Isa laten zien hoe je een boom kunt tekenen, of een poppetje. Dit ligt eraan wat Isa getekend heeft. Ik zou Isa twee grondlijnen aanbieden om diepte te creëren. Want ze kan zelf al een grondlijn tekenen.

Ik vind het lastig te beoordelen in welke fase Mehria zit. Ook omdat ik twee tekeningen van Mehria heb, en alle twee de tekeningen verschillen ze. Als ik naar de eerste tekening van Mehria kijk, dan zou ik Mehria een grondlijn aanbieden, zodat niet alles zweeft. Ook zou ik Mehria laten zien dan mijn armen en benen niet met een draaidje aan mijn lichaam vast zitten. Als ik naar de tweede tekening van Mehria kijk, dan lijkt het of Mehria nu een fase verder is. Ik vind het op deze tekening heel lastig te zien in welke fase Mehria zit. Ik zou Mehria hier laten zien dat bloemen in verhouding veel kleiner zijn, en niet tot aan de lucht komen.

Dit is de les die Annette en ik hebben bedacht bij onze analyse. De analyses kwamen met elkaar overeen.


Lesvoorbereiding



Naam
Annette en Bianca de Waal
Groep
2f
ICO
(Stagebegeleider)

Praktijkschool

Groep
1/2
Mentor

Activiteit
Zelfportret tekenen
Datum




Leerpunten student
1.       
2.       
3.       



Verantwoording (waarom ga je dit doen)

Beginsituatie
Beschrijf wat de leerlingen al weten, of ze er wel eens mee te maken hebben, welke leerlingen problemen hebben met dit onderwerp of met de werkvorm, …
De meeste kinderen zitten met tekenen voornamelijk in fase 3. De kinderen zitten in het schematisch stadium. Er zijn veel verschillende niveaus qua tekenen. De meeste kinderen tekenen op een vaste grondlijn, er zijn ook kinderen die tekenen nog in de lucht (het zweeft), dit is fase 2. Ook zijn er kinderen die al diepte creëren in hun tekening. Ik denk dat dit onbewust wordt gedaan. Dit is puur toeval.
De meeste kinderen tekenen de armen en benen als dunne draadjes aan de buik. De kinderen tekenen het gezicht met twee ogen en een mond, de neus en de oren worden vergeten.

Om de kinderen naar de volgende fase te helpen, zou ik beginnen met alle kinderen een vaste grondlijn aan te bieden, kinderen die al op een vaste grondlijn tekenen, zou ik zelf een grondlijn laten bedenken. Nog een stap verder is om de kinderen twee grondlijnen aan te bieden, zo wordt er gewerkt met ruimte. Ik zou de kinderen naar zichzelf laten kijken in een spiegel, en laten benoemen wat ze zien. Een volgende stap zou dan kunnen zijn om de kinderen de kenmerken die ze waar hebben genomen, te laten tekenen. Dus de kinderen een gezicht laten tekenen met alle kenmerken.  Ik zou de kinderen laten zien dat onze armen en benen niet met dunne draadjes aan ons lichaam zitten. En vervolgens de kinderen hier tijdens het tekenen extra op te wijzen. Ik zou de kinderen laten zien waar onze armen en benen aan vast zitten. Vervolgens zou ik de kinderen met kosteloos materiaal een poppetje met armen en benen laten maken.
Doelstellingen
Wat moeten de leerlingen aan het einde van de les geleerd hebben? Formuleer je doelen SMART.
-          De leerlingen kunnen relevante kenmerken van wat ze waarnemen zichtbaar maken in eigen werk.
-          Aan het eind van de les weten de kinderen waar je armen en benen aan vast zitten.
-          Aan het eind van de les kunnen de kinderen dikke armen en benen tekenen.
-          Aan het eind van de les kunnen alle kinderen op de grondlijn tekenen(onderop het bad).
-          Aan het eind van de les kunnen de kinderen die al op een grondlijn kunnen tekenen, een eigen grondlijn bedenken, en hierop tekenen.
-          Aan het eind van de les kunnen de kinderen een compleet gezicht tekenen, met ogen, oren, neus en een mond.
-          Aan het eind van de les kunnen de kinderen in tweetallen hun werk presenteren.
Evaluatie
Benoem van elk doel hoe en wanneer je vaststelt of dit is behaald.
-          Ik kijk naar de tekeningen die de kinderen hebben gemaakt. Ik evalueer de kenmerken die de kinderen hebben getekend in het gezicht. Ziet er het gezicht er net zo uit, als die van jou?
-          Ik kijk naar de tekeningen die de kinderen hebben gemaakt. Ik vraag aan de kinderen waar de armen en benen op de tekening aan vast zitten. Is dit hetzelfde als bij jou?
-          Ik kijk naar de tekeningen die de kinderen hebben gemaakt. Ik evalueer met de kinderen de tekeningen. Hoe zien de armen en benen eruit?
-          Ik laat alle kinderen op een grondlijn tekenen. Ik begin hier aan het begin van de les mee. De kinderen die al op een vast grondlijn tekenen, laat ik zelf een grondlijn tekenen. Ik help de kinderen hiermee. Ik kijk en evalueer met de kinderen of dit is gelukt. Vliegt het poppetje? Of staat het poppetje?
-          De kinderen krijgen de opdracht om in tweetallen elkaars tekening te laten zien. En om de volgende ochtend hun tekening aan ouders/verzorgers te laten zien. Ik kijk of de kinderen dit doen. En of de kinderen vertellen wat ze hebben getekend.



Werkwijze en middelen (hoe en waarmee ga je dit doen)

Didactische Werkvormen
Wat doe jij?
Hoe wordt de leertijd gebruikt:
  leerkrachtgestuurd F
F leerlinggestuurd 
X
Ik laat de kinderen dingen zelf ervaren, ik leg de opdracht uit en ik stimuleer de kinderen tot denken en werken.

De kinderen kijken naar zichzelf in de spiegel, de kinderen tekenen een poppetje met de eisen die ik ze heb gesteld. De kinderen presenteren hun tekening aan elkaar, en aan ouders/verzorgers.

A4 papier
Grijs potlood


Spiegel
Wit A4 papier
Grijs potlood
kleurpotloden
Leeractiviteiten
Wat doen de leerlingen?
Instructie-middelen
Welke middelen gebruik jij?
Leermiddelen
Welke middelen gebruiken de leerlingen?



Organisatie (Aan welke praktische zaken moet je denken bij de uitvoering; maak eventueel een schets van de ruimte)

Vooraf
Wat moet klaarliggen? Waar kunnen leerlingen spullen zelf pakken?
Wit A4 papier
Grijze potloden
Kleurpotloden
Spiegels




Als de kinderen klaar zijn, dan leggen ze hun tekening op de kast of in de vensterbank.











Ik hang alle tekeningen aan de lijn, zodat iedereen de tekeningen kan zien.
Tijdens
Moet de organisatie aangepast worden? Waar leggen de leerlingen hun product?
Na afloop
Zorg een rustige overgang naar de volgende les. Wie ruimt wat op? Waar moeten leerlingen gaan zitten?

Lesopbouw

(wat ga je precies doen)



Keuze lesmodel

Didactische Analyse

Activerende Directe Instructie

Ander model, namelijk:

Procesfasenmodel
benoem hieronder in de eerste kolom
de fasen die horen bij het gekozen lesmodel
Aanvullende vakdidactische eisen
·          
DA
ADI
1 Inleiding

2 Kern

3 Afsluiting
1             Terugblik
2 Oriëntatie
3 Uitleg
4             Begeleide inoefening
5 Zelfstandige verwerking
6 Evaluatie

continu: REFLECTIE



lesfase
tijd
activiteit
Oriëntatie
Introduceren


Informeren




Instrueren













Uitvoering
Observeren

Begeleiden



Afronden



Nabeschouwing
Nabespreken

Beoordelen








Presenteren


Evaluatie
Evalueren

Reflecteren



Als inleiding op de les verdeel ik de groep in tweetallen. Elk tweetal krijgt van mij een spiegel. De kinderen kijken om de beurt in de spiegel en beschrijven aan elkaar wat ze zien. Ze noemen dit op.

Ik vraag een kind om voor in de kring te gaan staan. Ik vraag de andere kinderen om te beschrijven wat ze zien. Welke lichaamsdelen? Ik voer met de kinderen een kort gesprek over de lichaamsdelen. Waar zitten je armen aan vast? En waar zitten je benen aan vast? Vlieg je? Of sta je ergens op? Dit heeft te maken met het beeldaspect ‘ruimte’, plaats in het grondvlak.

Ik leg de kinderen de opdracht uit. Ik vertel dat ze zichzelf gaan tekenen. Ze hebben net goed in de spiegel naar zichzelf gekeken. De kinderen krijgen van mij een wit A4 papier. Met potlood maken de kinderen eerst het poppetje. Het poppetje moet helemaal getekend worden, dus een gezicht met ogen, neus, mond en oren, buik, armen en benen. Ik vertel dat we net hebben gezien dat wij geen armen en benen hebben die vast zitten aan een touwtje. Maar deze armen en benen zijn dikker dan een touwtje. Als de kinderen het poppetje met potlood hebben getekend, dan laten ze de tekening aan mij zien. Daarna gaan de kinderen het poppetje inkleuren met gekleurde potloden. De kinderen hebben ook gezien dat wij niet vliegen, maar op de grond staan. Ik vertel dat het poppetje op de tekening ook niet kan vliegen, en dus ook op de grond staat. Ik laat zien dat de kinderen het poppetje op de grondlijn moeten tekenen. Kinderen die al in deze fase zitten, tekenen zelf een lijn waar ze het poppetje op gaan tekenen. Ik vertel welke kinderen zit mogen doen, en laat ook zien aan de hand van een voorbeeld hoe deze kinderen dit moeten doen.

Als de kinderen aan het werk zijn, loop ik rond en kijk ik hoe de kinderen aan het tekenen zijn. Ik help eventueel kinderen.

Als ik rond loop, dan stel ik de kinderen vragen over wat ze aan het maken zijn. Ik probeer door vragen te stellen de kinderen te stimuleren om verder te gaan. Ik vraag de kinderen bijvoorbeeld waar het poppetje op staat.

De kinderen die klaar zijn leggen hun tekening op de kast of in de vensterbank. Deze kinderen kiezen een spelletje uit de kieskast. Het moet een spelletje zijn wat je alleen kunt spelen, zodat je andere kinderen niet stoort.

De kinderen gaan in dezelfde tweetallen zitten als tijdens de Introductie. De kinderen laten aan elkaar hun tekening zien. De kinderen vertellen aan elkaar wat ze hebben getekend.

Ik loop tijdens het nabespreken langs bij alle tweetallen. Ik luister naar wat de kinderen elkaar vertellen. Ik bekijk de tekeningen van de kinderen. Ik kijk naar de criteria die ik de kinderen had gegeven. Het poppetje moet een gezicht hebben met ogen, neus, mond en oren. Het poppetje moet een buik hebben, armen en benen. De armen en benen mogen niet als dunne draadjes aan het lichaam vastzitten. Ook moet het poppetje op een grondlijn zijn getekend, het poppetje mag niet vliegen. Ik beoordeel de tekeningen van de kinderen op deze criteria. Ik geef de kinderen hier feedback op. Ik zeg tegen de kinderen of ze dit wel of niet hebben gedaan.

Ik hang de tekeningen op in de klas. De volgende ochtend laten de kinderen hun tekening aan de ouders/verzorgers zien. Ze vertellen tegen de ouders/verzorgers wat ze hebben getekend.

Ik kijk naar de tekeningen, en bekijk of de doelen die ik had gesteld, ook bereikt zijn.


Na aanleiding van de evaluatie, en of de doelen die ik voor deze les had gesteld ook zijn gehaald, bedenk ik een vervolgactiviteit. Een dergelijk vervolgactiviteit zou kunnen zijn dat ik de kinderen laat tekenen op twee grondlijnen. Nog een activiteit zou kunnen zijn dat ik de kinderen (voor degene die dit nog niet hebben gedaan) een eigen grondlijn laat bedenken.






Les 1, Het tekenen van een mensfiguur

In de eerste les van beeldende vorming moesten we een 'mensfiguur' tekenen. Dit mocht uit de 'losse' hand . Ik vond tekenen vroeger leuk om te doen. Vaak tekende ik een gezicht met alleen de bovenromp. Ik vond en vind het nog steeds lastig om het hele lichaam te tekenen, inclusief voeten. Op deze tekening die ik gemaakt heb, kun je ook zien dat de schoenen naar buiten staan.



Les 2, het tekenen van een mensfiguur, in de goede verhouding.

In deze les gingen we aan de slag met de goede verhoudingen van een mensfiguur als je deze moet tekenen. Je moest letten op de juiste verhoudingen, anders kwam je poppetje niet uit. Ik vond het tekenen van de voeten het moeilijkst. Ik heb geleerd om kritisch te kijken tijdens het tekenen, en echt te letten op de verhoudingen.
Na veel gegum is dit het resultaat geworden:



In deze les waren we ook begonnen aan een fantasie poppetje. Je hoefde nu niet te letten op de juiste verhoudingen. Je mocht de verhoudingen verkleinen of vergroten. Ik vond dit erg leuk om te doen. Ik hoefde nu niet te letten op de juiste verhoudingen, het poppetje hoefde ook niet te bestaan.


Zoals je kunt zien heb ik het poppetje een lange nek gegeven, puntige oren, brede schouders, een smal lichaam en brede bovenarmen. Ook de bovenbenen heb ik breder gemaakt dan volgens de verhouding.

Les 3, het maken van een ruimtelijk mensfiguur

Bij deze les was ik niet aanwezig. Ik was op internationalisering in Brussel met de Marnix Academie. Het was de bedoeling dat er per groepje 2 ruimtelijke mensfiguren werden gemaakt. In ons groepje hadden Janine en Nienke een ruimtelijk mensfiguur gemaakt en Annette en Chantel hadden ook een ruimtelijk mensfiguur gemaakt.

Les 4, het maken van een filmpje

In deze les moesten we met het groepje een filmpje maken met de ruimtelijke figuren die we in de vorige les hadden gemaakt. In het eerste jaar hebben we ook een filmpje moeten maken. Ik vind het maken niet leuk, omdat het veel werk is. Maar als je een goed resultaat heb, dan is het toch leuk om te zien. We hadden maar heel weinig tijd om de foto's te maken, daardoor hadden we ook maar 80 foto's kunnen maken. Aan het eind van les moesten we de foto's op de computer zetten, en daar een filmpje van maken. Hier hadden wij geen tijd meer voor, omdat we naar een andere les moesten. De docent van beeldende vorming wilde het filmpje voor ons maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen